Het blok
Je notitieblok heeft alle kaarten onder drie koppen: Wie deed het (6 bendeleden), Hoe ging hij open (6 methodes) en Waar is het (9 locaties). Elke speler heeft een kolom.
De symbolen
| Teken | Betekenis |
|---|---|
| ✓ | Deze speler heeft deze kaart (je zag hem, of hij is van jou) |
| ✕ | Deze speler heeft deze kaart niet |
| ? | Deze speler heeft hem misschien (liet iemand een van drie kaarten zien) |
| ○ | Je eigen werknotitie |
Wat je na elke vraag aantekent
- Iemand laat jou een kaart zien: zet een ✓ in zijn kolom en een ✕ in die van alle anderen.
- Iemand zegt „heb ik niet”: zet een ✕ bij de drie genoemde kaarten in zijn kolom.
- Iemand laat een andere speler een kaart zien: zet een ? bij de drie genoemde kaarten in de kolom van die speler. Staan er bij twee van de drie een ✕, dan wordt de derde een ✓.
De notitiehulp
De hulp zet je eigen kaarten en elke kaart die je is getoond op je blok. Het „heb ik niet” van anderen noteert hij niet; dat zet je zelf op je blok. In Leer al spelend staat hij altijd aan. Aan andere tafels bepaalt de host de standaard (uit, als hij niets verandert), en elke speler kan hem voor zichzelf uitzetten.
Hij trekt geen conclusies voor je. Van een rij kruisjes naar „dit moet in de verstopplek liggen” is nog altijd jouw werk.
Een voorbeeld
Je vraagt: Lena, met de boorset, in het kantoor. Marcus heeft niets, dus zet je in zijn kolom een ✕ bij Lena, Boorset en Kantoor. Céleste laat je de Boorset zien: ✓ bij haar en ✕ bij alle anderen. Lena en het Kantoor zijn nog mogelijk, en je weet dat Marcus geen van beide heeft.





