Waar je naar zoekt
Het spel heeft 21 kaarten van drie soorten:
| Soort | Aantal | De vraag die erbij hoort |
|---|---|---|
| Bende | 6 | Wie deed het? |
| Methodes | 6 | Hoe ging de kluis open? |
| Locaties | 9 | Waar is de buit verstopt? |
Voor het spel wordt van elke soort één willekeurige kaart ongezien apart gelegd. De overige 18 kaarten worden verdeeld. Bij twee actieve plaatsen liggen vier kaarten gedekt op vier locaties en krijgt elke speler zeven kaarten. Wie zo’n locatie binnenkomt, bekijkt de kaart privé, ook bij latere bezoeken.
Voorbereiding
Die is er niet. Het spel schudt, deelt en zet iedereen op het bord. Een openingsworp bepaalt wie begint, daarna gaat de beurt de tafel rond.
Er zijn 2–6 plaatsen. De host van een privékamer kan naar keuze bots toevoegen op Makkelijk, Normaal of Moeilijk.
Je beurt, stap voor stap
- Gooi. Je gooit met twee dobbelstenen. Het totaal is hoe ver je kunt komen.
- Tik op een locatie om de route te bekijken en tik opnieuw om te bevestigen. Je kunt je keuze vóór de bevestiging veranderen; een bevestigde zet kun je niet ongedaan maken.
- Na het gooien kun je een geheime doorgang gebruiken in plaats van de gewone verplaatsing, als je de beurt begon op een locatie met zo’n doorgang.
- Verhoor. Sta je in een locatie, dan mag je een vraag stellen (zie hieronder).
- Beschuldig als je het zeker weet. Eén keer per spel kun je vanuit een locatie de verstopplek openen.
Het verhoor
Een verhoor is een vraag uit drie delen: een bendelid, een methode en de locatie waar je nu staat. Bijvoorbeeld: Marcus, met de boorset, in de keuken.
Het genoemde bendelid en de methode verhuizen naar jouw locatie. Daarna gaat de vraag de tafel rond, te beginnen bij de speler links van je:
- Heeft die speler een van de drie kaarten, dan moet hij je er één laten zien. Alleen jij ziet welke. Heeft hij er meer, dan kiest hij zelf.
- Heeft hij er geen, dan zegt hij dat en gaat de vraag door.
- De vraag stopt bij de eerste speler die een kaart laat zien. Kan niemand iets laten zien, dan staat dat in het logboek.
Wie antwoordt, heeft 15 seconden om een kaart te kiezen, zodat het spel blijft lopen.
Iedereen ziet dát er een kaart is getoond en door wie. Alleen jij ziet de kaart. Daar draait het hele spel om: jij leert één kaart, de rest leert een beetje over wie wat heeft.
Aantekeningen maken
Je notitieblok heeft alle bendeleden, methodes en locaties, onder Wie deed het, Hoe ging hij open en Waar is het. Zet met de symbolen op het blok wat je hebt gezien en wie het je liet zien.
De notitiehulp kan je blok voor je invullen: je eigen kaarten en elke kaart die je is getoond. In de tutorial staat hij altijd aan; aan andere tafels bepaalt de host de standaard (uit, als hij niets verandert) en kan elke speler hem voor zichzelf uitzetten.
Het logboek houdt alles bij: elke worp, elk verhoor, wie niets had, wie een kaart liet zien en elke beschuldiging.
De beschuldiging
Denk je dat je alle drie de kaarten kent, ga dan naar een locatie en beschuldig. Je noemt een bendelid, een methode en een locatie. Die locatie mag elk van de negen zijn, niet alleen die waar je staat.
Je mag één keer per spel beschuldigen. De tafel ziet dat je de verstopplek opent, jij ziet de drie kaarten.
- Goed: je wint en de zaak is gesloten.
- Fout: je ligt eruit. Je doet geen beurten meer en kunt niet opnieuw beschuldigen. Je blijft wel aan tafel en laat nog steeds kaarten zien als je hand bij iemands vraag past, dus je kaarten helpen nog mee.
Beurttimer
De beurttimer staat standaard uit. De host kan 30, 45 of 60 seconden kiezen, of de timer uitzetten. Een kaart tonen heeft altijd een limiet van 15 seconden.
Je eerste potje
Het snelst leer je het met Leer al spelend: een echt potje tegen twee makkelijke bots, met een coach die zich meldt bij je eerste zet, je eerste locatie, de eerste kaart die je te zien krijgt, je eerste vraag zonder antwoord en het moment waarop je kunt beschuldigen. Dat duurt ongeveer tien minuten.
Ken je de regels? Lees dan De opening om het meeste uit je eerste beurten te halen.




















